Zadelmaker

Een passend zadel ligt mooi horizontaal op het paard, dus niet voor- of achterover. De bedoeling is dat het gewicht van de ruiter over de totale lengte van de kussens goed verdeelt wordt. Ligt het zadel achterover met het diepste punt achter in de lepel, zal het gewicht voornamelijk achterop gaan met gevolg wegdrukken en overbelasting van de rugspieren(protest).

 

Een zadel moet gelijkmatig gevuld zijn. Daarbij liggen de kussens met een zo groot mogelijk draagoppervlak op de rugspieren aangesloten. Een te bol gevuld zadel gaat altijd rollen of wippen over de paarderug. Het draagoppervlak is kleiner waardoor het zadel in de rug gaat “prikken”.

 

Een zadel moet genoeg ruimte geven bij de schoft en wervels. Ook als het paard inbuigt mag het zadel niet over de wervels komen of torderen. Het paard zal dan niet meer willen inbuigen. Er mogen geen knobbels in de vulling van de kussens zitten.